Vooropdracht Deel 1

Luister hier naar de gesproken versie van onderstaande tekst

Het is begin september 1944. In de straten van Veldhoven wordt er volop gefluisterd. Hoe lang zal de bevrijding nog op zich laten wachten? Toen op 25 augustus Parijs in handen was gekomen van de geallieerden ging dat nieuws als een lopend vuurtje door het nog bezette gebied. Sindsdien zagen de Veldhovenaren steeds groepjes Duitsers vanuit Waalre komen en zich door Veldhoven terugtrekken richting het Noorden. 

Ook Lex zag regelmatig Duitse legervoertuigen voorbij trekken. Hij kon de gezichten van de soldaten zien. De meesten keken grimmig, maar hij zag ook een vreemde vorm van opluchting op hun gezichten. De meeste Duitsers waren na 5 jaar strijd en ontelbare doden ook wel klaar met de oorlog. 

Lex woonde aan de Dorpstraat en was één van degenen die het de Duitsers lastig had proberen te maken. Niet dat hij in het verzet zat, dat ging hem net een stapje te ver.

Maar hij verrichtte wel hand- en spandiensten. Hij heeft twee maanden lang twee onderduikers in zijn huis verborgen. Dat was zijn belangrijkste bijdrage aan de oorlog.

Verder heeft hij gewoon in zijn winkeltje gewerkt en ja, daar kwamen ook wel eens Duitsers en die hielp hij gewoon. Sommigen waren zo slecht nog niet. Hij kon zich nog goed herinneren dat in het begin van de oorlog de soldaten uit Weert, die tegen de Duitsers gevochten hadden bij de inval van de Duitsers, door de Duitsers naar huis zijn gebracht in legertrucks. Inmiddels was het voor een aantal Duitse soldaten ook wel klaar. Sommigen waren al 4 jaar van huis. Maar de meesten voelden zich nog altijd beter en gedroegen zich ook zo.

Zijn beste kameraden, Joost en Jozef, waren een stuk dieper in het verzet terecht gekomen. Jozef had hij al lang niet meer gezien, zeker al drie jaar niet meer. Jozef was een oude kameraad van Cees Sleegers. Iedereen in Veldhoven kende de heroïsche verhalen over Cees. Hij was in de nacht van de inval van de Duitsers in 1940 ingedeeld aan de Maas vlakbij Grobbendonk. Op een gegeven moment was hij als enige over, nadat zijn collega-militairen gedood of zwaargewond waren geraakt. Hij heeft toen urenlang in zijn eentje de Duitsers, die met rubberbootjes de Maas probeerden over te steken, opgehouden, tot het moment dat hij zelf zwaargewond raakte. Jozef was destijds in Veldhoven achtergebleven. Hij was niet opgeroepen, maar hij moest en zou iets doen om het de bezetter zo moeilijk mogelijk te maken. Hij is afgereisd naar Engeland om vanuit daar mee te vechten.

En dan was er Joost. Joost is altijd in Veldhoven gebleven. Hij had een eigen café. Er was in de loop van de jaren veel veranderd in het café. In het begin van de oorlog kwamen de mensen vaker naar zijn café. Ze zochten vertier en afleiding, de omzet steeg behoorlijk. Maar na een paar jaar in de oorlog werd het steeds lastiger. Lex herinnert zich nog een gesprek met Joost in het café:

“Doe mij mar een bekske koffie.”

“Alsjeblieft vriend”, had Joost gezegd.

“Hé, waar is mijn suiker?”

“Tja, die is er niet meer. De moffen hebben het verboden.”

Het was toen oktober 1942. Gelukkig was er nog wel bier te krijgen, al smaakte dat ook niet meer zo goed als voorheen.

3 september 1944 

Lex zat in het café bij Joost. Het was een erg warme dag, ruim 28 graden. Hij had net nog wat gegeten toen ze opeens een gezoem en gebrom hoorden. Ze keken elkaar even aan en ze wisten het allebei direct. Vliegtuigen. Het was de afgelopen twee weken wel vaker raak geweest met bombardementen op het vliegveld. Joost had gezegd dat dat was omdat de Duitsers het vliegveld gebruikten als aanvliegplaats om de opmars van de geallieerden in Frankrijk te stoppen.

Omdat het zo’n lekker weer was hadden Joost en Lex niet veel zin om naar de schuilkelder te gaan. Toch besloten ze dat ze beter wel konden gaan. Je weet immers maar nooit.

Maar nog voordat ze er waren, was eigenlijk alles alweer rustig. Ze liepen met een kleine omweg terug naar het café. Verschillende mensen stonden er alweer te wachten. Het café

was nou eenmaal dé plek waar alle de laatste nieuwtjes en verhalen werden uitgewisseld. 

Joost draaide net de sleutel om en wilde naar binnen stappen toen er weer gebrom klonk. Alleen nu veel harder dan eerder. Ze renden naar de de weilanden om te kijken en 

overal waar ze keken, zagen ze vliegtuigen. 

“Ze gaan het vliegveld nu echt platgooien!”, riep iemand. “Wegwezen hier!”

Vanaf de rand van de weilanden stonden Joost en Lex even te kijken. Ze zagen de bommen als trosjes vallen en even later volgde de klappen. Het FLAK-afweergeschut op het vliegveld was flink aan het knetteren. Snel zetten ze het op een rennen naar de schuilkelder. Ondertussen kwamen er meer en meer vliegtuigen aanvliegen en ze draaiden nu cirkels boven het vliegveld en de bommen vielen onophoudelijk. Lex duwde zijn vingers in zijn oren. Het gefluit van de bommen, de klappen van de inslagen, het afweer dat maar bleef schieten, het geratel van mitrailleurs, het werd hem bijna te veel.

Ze kwamen bij de schuilkelder aan en gingen snel naar binnen. Er waren 15 andere mensen in de kelder. Lex keek rond en groette een paar mensen door met zijn hoofd te knikken. Een paar dames zaten in de hoek bij elkaar en Lex kon zien dat ze bang waren. Nou ja, iedereen was bang, maar niet iedereen liet het zien. Het bombardement duurde een klein uur. Toen ze de schuilkelders uit liepen zagen ze de laatste vliegtuigen afbuigen, terug naar Engeland. Lex keek richting het vliegveld en zag een enorme rookpluim. Nog steeds klonken er ontploffingen. Dat moet een enorme vuurzee zijn, dacht hij bij zichzelf.

Puzzel 1

Vind de juiste weg in dit doolhof en voer de opdracht uit.